

Vrijheidsschreeuw (1948)

Postzegel (2006) |
Biografie
Karel Appel werd geboren in Amsterdam op 25 april 1921. Hij studeerde daar tussen 1942 en 1944 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten.
1948-1960
In 1948 is Appel medeoprichter van de Experimentele Groep Holland die het tijdschrift Reflex publiceert. Enkele maanden later versmelt deze groep in Parijs met Deense (Jorn), en Belgische kunstenaars (Dotremont en Noiret) tot de Internationale Cobra groep.
Terzelfder tijd maakt Appel zijn ‘afval-werken’ die formeel gerelateerd zijn met de Junk-art uit de jaren zestig en de nog uit te vinden ‘vuilnis-kunst’ van de Nouveau Réalistes, maar inhoudelijk toch verschillend zijn.
In het najaar van 1949 wordt in het Stedelijk Museum van Amsterdam de eerste Cobra tentoonstelling georganiseerd door Willem Sandberg naar een ontwerp van Aldo van Eyck.
1950 is een keerpunt voor de Cobra-beweging. Michael Ragon wordt de woordvoerder en organiseert de eerste Cobra tentoonstelling in Parijs. Karel Appel verlaat Nederland om zich definitief in Parijs te vestigen. Appel ontmoet daar de criticus Michel Tapié die een spraakmakende tentoonstelling opzet in de Nina Dausset Galerie, met naast Appel werken van Pollock, De Kooning, Dubuffet, Wols en Hartung.
Karel Appel neemt op den duur meer en meer afstand van Cobra en sluit zich aan bij Art Informel (of Art Autre), de groep rond Michel Tapié met kunstenaars als Henri Michaux, Willem De Kooning, Jean-Paul Riopelle, Jackson Pollock en Sam Francis.
In zijn Art Autre-periode sluit Appel zich meestal af van andere kunstenaars. Hij heeft meer contact met dichters. Tijdens een verblijf aan de Italiaanse Riviera leert hij keramiektechnieken en maakt hij een serie terracotta’s gebaseerd op het menselijk hoofd.
In de jaren vijftig krijgt Appel diverse opdrachten voor monumentale integraties in onder meer Rotterdam, Geleen, Amsterdam, Parijs, Venetië. In samenwerking met diverse architecten maakt hij zo’n veertig projecten, zowel voor publieke als private gebouwen, waarin hij uiteenlopende technieken hanteert zoals muurschildering, keramiek, glas-in-beton en glas-in-lood reliëfs. In 1957 reist hij naar Mexico en de Verenigde Staten waar hij de Abstract expressionisten ontmoet en onder de indruk komt van jazzmuzikanten als Dizzy Gillespie, Miles Davis, Count Basie en Sarah Vaughan.
1960-1970
In 1960 maakt Karel Appel een reeks sculpturen gebruik makend van stammen van olijfbomen die hij beschildert. De Nederlandse filmmaker Jan Vrijman maakt in 1961 in Parijs de film “De werkelijkheid van Karel Appel” met muziek van Gillespie en Appel.
In 1963 verdeelt Appel zijn tijd tussen Rome en Parijs. Hij begint te experimenteren met de integratie van objecten in zijn schilderijen. Dit plaveit de weg naar zijn toekomstige levendige en kleurrijke sculpturen. Naast het landschap bevolken motieven uit de volkskunst zijn werk. Met Hugo Claus werkt hij aan een meer dan levensgroot boek getiteld ‘Love Song’. In dit werk ziet men de affiniteit tussen het literaire oeuvre van Claus en het picturale werk van Appel.
In 1965 begint Appel grote uit hout gesneden gepolychromeerde reliëfs en vrijstaande beelden te maken die hij in lagen assembleert.
1970-1980
In 1970 neemt hij muziekcomposities op in samenwerking met Chet Baker, Merrill Sanders en andere musici uit San Francisco. Het jaar daarop maakt hij zijn eerste grootschalige sculptuur in gepolychromeerd aluminium.
In 1972 vestigt hij zich opnieuw in Parijs en reist naar onder andere Zuid-Amerika, Mexico, Indië, Nepal, Indonesië en Japan.
Vanaf het midden van jaren zeventig gebruikt hij regelmatig extra licht materiaal, zoals plastic en polyurethaan, dat hij zodanig bewerkt en beschildert dat het er uitziet als hout of marmer.
Een samenwerking met Pierre Alechinsky resulteert in een symbiotische reeks werken op papier die gepubliceerd worden met gedichten van Hugo Claus.
In 1977 verruilt hij Parijs voor het zuiden van Frankrijk. Hij begint aan een reeks schilderijen waarin hij landschappen, stillevens, bomen, en later figuren, neerzet in met platte penselen geschilderde ritmisch geplaatste rechthoekige verfstroken. Karel Appel werkt in een meer gedisciplineerde stijl met gecontroleerde sterk empathische en patroonachtige penseelstroken.
1980-1990
Vanaf 1980 maakt hij de zogenaamde ‘venster-schilderijen’, zijn meest abstracte en contemplatieve schilderijen. Gelijktijdig maakt hij kleine sculpturen met sinaasappelkistjes. In 1982 maakt hij samen met de schrijver José Arquelles en de dichter Allen Ginsberg een reeks schilderijen en visuele gedichten die worden opgenomen in ‘On the Road’, de Jack Kerouac-tentoonstelling in het Boulder Center of the Visual Arts, Colorado.
In 1983 begint hij de kleurrijke reeks ‘Apocalyptic Cloud Paintings’ en maakt hij zijn windmolen-sculpturen. In 1985 maakt hij de naaktseries op papier.
In opdracht van de Opera de Paris creëert Karel Appel in 1987 het ballet ‘Can We Dance a Landscape?’ in samenwerking met de Japanse danser en choreograaf Min Tanaka en de Vietnamese componist Dao. In 1988 reist Appel door China.
In 1989 werkt hij samen met de kinderen van Hiroshima aan een muurschildering voor hun stad.
1990-2006
Samenwerking met Min Tanaka voor het Zomerfestival 1990 in Hakushu, Japan.
In 1991 creëert Karel Appel opnieuw ‘Poëzie-schilderijen’ met Allen Ginsberg en Gregory Corso. Eveneens in het begin van de jaren negentig start hij zijn derde periode van sculpturale creaties. Als statements van Appels ideeën en verbeelding zijn het een soort ‘Gesamtkunstwerk’: een combinatie van schilderkunst, sculptuur en architectuur. Ze zijn zowel constructivistisch als expressionistisch en reveleren in hun proporties een klassieke zin van waardigheid.
In opdracht van De Nederlandse Opera creëert Appel in 1994 de scenografie voor de opera ‘Noach’ van de jonge Nederlander Guus Janssen en librettist Friso Haverkamp. Het jaar nadien maakt hij de scenografie voor Mozarts ‘Toverfluit’ in samenwerking met Min Tanaka.
In zijn schilderkunst neemt hij opnieuw het thema van het naakt op. In 1995 maakt hij in Toscane een reeks ‘landschapschilderijen’. Mat van Hensbergen maakt een film over Karel Appel.
Vlak voor zijn dood in 2006 voltooide Appel een postzegel voor TPG Post. Deze postzegel is verschenen in september 2006.
Karel Appel overleed op 3 mei 2006 in Zurich.
bron biografie: Stedelijk Museum voor Actuele Kunst te Gent
Een aantal belangrijke exposities:
- 1953 Sao Paulo
- 1954 solo-exposities in Parijs en New York
- 1959 en in 1964 Documenta 2 en 3 in Kassel
- 1989 een grote tentoonstelling in vijf musea in Japan
- 2004-2005 Paleis voor Schone Kunsten te Brussel: Karel Appel Onderweg (samenstelling Rudi Fuchs)
Enkele beroemde opdrachten:
- 1956 muurschilderingen voor het Stedelijk Museum in Amsterdam
- 1958 muurschildering voor de UNESCO in Parijs
- 1970 een raam van gekleurd glas in beton voor het scholencomplex van het Technikon (Hofpleintheater) in Rotterdam (in samenwerking met architect Huig Maaskant)
- 1989 La Folie des Rues in het atelier van de Opéra in Parijs. Het schilderij (14x4 meter) was te groot. Het hangt sinds 1997 in de hal van Faculteit der Economische Wetenschappen en Econometrie van de Universiteit van Amsterdam.
Musea
Werk van Karel Appel is in Nederland onder andere te vinden in:
Buitenlandse musea met werk van Karel Appel zijn ondermeer:
|